KreABC – Kunst en Crea-woordenboek

A

Acrylverf: Acrylverf is een verf die met water te verdunnen is. Het is een synthetische verf die snel droogt. Op die manier is ze ideaal om in de klas te gebruiken. Als de verf droog is, kan ze ook niet meer terug opgelost worden.

Amigurumi: is het Japans woord voor gehaakte of gebreide poppetjes. De laatste jaren is vooral de gehaakte variant heel populair. Goede amigurumi ontwerpers zoals Den Dennis kunnen leven van hun boeken en patroontje.

foto van Kreanimo.

Aquarelpotloden: zijn kleurpotloden die zo zijn gemaakt dat als je over gekleurde oppervlakken gaat met water, het pigment zal oplossen en op waterverf zal lijken.
Een voorbeeldje om dit materiaal in de klas of thuis te gebruiken is bijvoorbeeld de hartjes uitsparen opdracht.

B

Beeldaspecten: Puzzelstukjes waarmee een kunstwerk is opgebouwd. Download hier een gratis werkblaadje voor in de klas of thuis om de beeldaspecten te verduidelijken.

Bullet Journal: een boekje waarin je al je lijstjes samenbrengt. Steeds vaker worden deze versierd met heel wat leuke tekeningen en handlettering.

C

CAL: een Crochet ALong project. (Haak maar mee) Er zijn er ondertussen al heel wat bekend. Een CAL loopt altijd over een aantal weken en binnen die weken wordt er elke week eens stukje van een haakpatroon vrijgegeven. Vaak is er ook een facebookgroep aan verbonden waar je vragen kan stellen en zien hoe ver de anderen al staan! Altijd een heel gezellige bedoening!

Canvas: Dit is een doek waarop je kan schilderen. Het is vaak al opgespannen op een raam. Goedkope versies zijn te vinden in bijvoorbeeld de Action. Je kan op canvas ook werken met papier maché, zijdepapier, lijm, acrylverf,… dit maakt het heel veelzijdig in gebruik. Leuke projectjes zijn bijvoorbeeld het contrast hart op doek of, zoals ik al zei, het schilderen met zijdepapier op doek.

Chenille: zie pijpenragers.

D

Driedimensionaal (3D): wil zeggen dat je het kunstwerk langs alle kanten te bekijken is. Het heeft dus een lengte en een breedte, maar ook een dikte. Je kan er rond lopen! Met andere woorden, het is een beeld. Papier Maché leent zich goed voor leuke dingen te maken zoals grote bloemen of limited edition Coca-cola flesjes.

E

F

Fineliner: pigment stiftjes die watervast en lichtecht zijn. Worden vaak gebruik bij Zentangle tekenen of in ene Bullet journal.

G

Gesso: Primer die gebruikt wordt om een ondergrond te prepareren. Op BMellow kan je een mooi en uitgebreid artikel vinden over Gesso en het gebruik ervan.

H

Handlettering: het tekenen van mooie letters in verschillende lettertypes met mooie versieringen erbij. Eigenlijk kan iedereen handletteren met een aantal trucjes. En zelfs zonder oefenen kan je soms een beetje een cheat doen. Zoals bijvoorbeeld op de Ikea kussen.

I

J

K

Kleurencirkel: instrument dat laat zien hoe de hoofdkleuren en de mengkleuren in elkaar overlopen. Je kan hem ook gebruiken om te zien welke kleuren familie zijn en welke net niet. Warme, koude en contrasterende kleuren kunnen er allemaal uit afgeleid worden. Download het werkblad van de kleurencirkel om in de klas of thuis  te gebruiken.

Kleurpotlood: Een kleurpotlood is een stuk pigment gemengd met klei waarrond een houten omhulsel zit. Op die manier kan je het potlood slijpen en kan je er heel fijne details mee tekenen. Het Kleurpotlood is veelzijdig in gebruik en je kan er meer mee dan ‘gewoon inkleuren’. Dowload hier het werkblad om de verschillende technieken van kleurpotlood te ontdekken. De laatste jaren is het kleuren voor volwassenen ook erg hip geworden om te onthaasten.

L

Lederbewerking: het maken van armbandjes, teugels, hondenriemen en meer door het bewerken van leder.

Lucht drogende klei: zoals het woord zelf al zegt: klein die droogt en hard wordt door blootgesteld te worden aan de lucht. Deze klein hoeft dus niet te worden gebakken. Ik maakte er bijvoorbeeld al paddenstoelfiguurtjes mee.

M

Mod Podge: wordt ook wel vernislijm genoemd en is erg veelzijdig in gebruik. Mijn collega blogger Melanie schreef er een uitgebreid een duidelijk artikel over. 

N

O

Origami: is Japanse vouwkunst die meestal met vierkante, dunne blaadjes papier gedaan wordt. Je kan er heel creatief mee omgaan en bijvoorbeeld Kandinsky Vlinders vouwen.

P

Perspectief: is een manier om de illusie van diepte in een tekening op te wekken. De meest eenvoudige manier is éénpunt perspectief. Een voorbeeld van een tekenlesje rond éénpuntperspectief zijn e flatgebouwen.

Pijpenragers: knutselmateriaal dat ook wel Chenilledraad wordt genoemd. Het is een ijzerdraadje waarrond textiel of glitters worden gemaakt. Heel tof en simpel in gebruik.
Je kan er bijvoorbeeld kroontjes mee maken. 

Q

R

S

Streetart is een kunstvorm waarbij de kunstenaar zijn kunst in het straatbeeld verwerkt. De bekendste is waarschijnlijk Banksy, maar ook Slinkachu is erg leuk om rond te werken in de klas.

T

U

Urbex: Urban exploring fotografie. Het fotograferen van verlaten en vervallen panden.

V

Vernislijm: zie mod podge.

W

Waterverf: of aquarelverf – verf die transparant wordt gebruikt door het toevoegen van veel water.

Waskrijt: tekenmateriaal waar vooral kleuters graag mee werken. Oude waskrijtjes kan je ook makkelijk upcyclen door de restjes in een nieuwe vorm op te warmen.

X

Y

Z

Zelfportret: een zelfportret is een schilderij of foto die een kunstenaar van zichzelf maakt. De oudere vorm van een Selfie, zou je kunnen zeggen! 😉 Er zijn heel wat leuke projecten om in de klas te doen rond een zelfportret.

Zentangle: Het tekenen van patroontjes, al dan niet op een voorgesneden vierkant blaadje. Meestal in zwart wit.