Categorie: Persoonlijk

Voetbalmama versus karateka mama

Voetbalmama versus karateka mama

Zoals de trouwe lezers wel weten, doet mijn zoontje Warre sinds september karate.
Vorig jaar werd voetbal een grote flop, dat was het dus echt niet.
Het was voor hem een super grote aanpassing, maar voor mij als mama is het ook echt wel anders…

De karateka mama versus de voetbal mama

Stiptheid
Trainingen van de voetbal begonnen ‘ongeveer’ om 18.00 uur. Er waren al voetballertjes van ter voren aan het spelen met hun bal, er kwamen er nog druppelsgewijs aan.
Een aantal waren altijd te laat.  Daar werd dan wel tegen gezegd dat ze de volgende keer op tijd moesten zijn, natuurlijk.  Ook zij willen tijdig beginnen, maar dat lukte zeker niet altijd.

Training van de karate beginnen stipt om 18.30 uur. Kinderen die te laat komen moeten op hun knieën op de mat aan de rand van de dojo gaan zitten tot ze toestemming krijgen om mee te doen.
Sommige niet karateka ouders waar ik dit tegen vertel vinden dat dan niet kunnen, want ‘het zijn wel de ouders die zorgen dat de kinderen te laat zijn’, zeiden ze me.  En ergens hebben ze gelijk.
Maar het werkt dus wel, want het is als ouder best wel vervelend als je kind op zijn knieën langs de kant moet gaan zitten omdat jij te laat vertrokken bent.  Ik zie dus zelden mensen te laat toekomen en als dat zo is, zijn het meestal kinderen zonder kimono (lees nieuwelingen).

Plaspauze
Als er bij de voetbal iemand moest plassen zeiden de trainers: ‘Ga maar daar langs het veld, tegen de boom!’.
Heel grappig, want binnen de minuut stond er een rij kleine voetballertjes wild te plassen.  Ik heb er ooit eens een foto van gemaakt, maar ik vind hem niet meer terug.

Bij de karate spoor ik Warre aan om voor de training even bij het toilet te stoppen, want als je toch moet als ze al begonnen zijn, mag hij 20 keer pompen (opdrukken voor de Nederlandse lezers denk ik 😉 ) voor hij terug mag meedoen.

Langs het veld of langs de mat

Ahhhh de kou, die mis ik dus niet!  Wat heb ik daar staan te bibberen langs dat veld.
Dat deden zeker niet alle ouders, daar staat te verkleumen van de kou.  Er zijn er een heel aantal die hun kinderen droppen en terug vertrekken om de kinderen op te halen na de training.
Ik vond dat voor mijn (toen nog maar net 4-jarige) kleuter geen verstandige beslissing. Daar was hij in mijn ogen echt te klein voor.
Ik bleef dus netjes langs het plein staan babbelen met de andere mama’s en papa’s en ja er werd ooit best luidruchtig gelachen ook.

In de Dojo is het stil.  Als mama’s of papa’s spreken is dat op fluistertoon.
Lawaai maken mag absoluut niet, als je wil kijken, ben je stil.
Wil je praten, dan moet je naar de cafetaria.

Ook van de karateka’s vragen ze trouwens stilte.  Oefeningen worden met concentratie en in stilte uitgevoerd.

Betrokkenheid

De voetbal deed activiteiten om centjes in het laatje te brengen.  Een kienavond, een eetfestijn,…  vaak kwam het niet goed uit en dat werd die activiteit door ons overgeslagen.

Bij de karate tellen activiteiten mee voor examenpunten voor de karateka.
Bij alle communicatie dringen ze aan op aanwezigheid, betrokkenheid, …
Ze proberen het familiegevoel te versterken en neen, ik voel me niet verplicht, maar toch wel meer aangemoedigd.

Het is anders, zowel voor de mama als voor diegene die de sport doet.
Natuurlijk kan je karate en voetbal niet echt vergelijken.

Wat het belangrijkste is voor mij, is dat Warre nog steeds de hele training met een smile op zijn gezicht doet.
Hij vindt het erg als hij niet kan gaan trainen, vorig jaar plantte hij zichzelf lekker voor de tv als hij niet kon gaan naar de voetbaltraining, nu word hij boos en komen er zelfs ooit tranen van boosheid.
En al is hij niet de snelste of de lenigste, hij doet het gewoon graag – en dat is voor nu voldoende.  Wie weet wat de toekomst brengt.

Ik herinner me een meisje dat helemaal niet kon tekenen, maar het doodgraag deed.
Dat meisje geeft nu tekenles. 😉

Welke sport doen jullie kinderen?

Vergeet de give-away van de colsjaal niet!  Als je wil meedoen: http://blog.kreanimo.com/?p=2383

karateka mama
Warre en papa die mee traint op de familiedag.
IMG_5819
200 mensen deden mee aan de familiedag van Warre zijn club.

 

 

Over 10 jaar … vragen over de toekomst

Over 10 jaar … vragen over de toekomst

21175416_sHOE ZIET JOUW HUIS ER OVER TIEN JAAR UIT?
Met een aangelegde voortuin, een carport, een gezandstraalde trap naar de bovenverdieping, met een nieuwe voordeur en nieuwe ramen, een loungeruimte in de oude garage en waarschijnlijk al met een hoop minder speelgoed. 😀

WELKE BAAN HEB JIJ OVER TIEN JAAR?
Dat is een moeilijke… ik geef les en ben full-time benoemd.  In principe kan ik dus blijven lesgeven tot mijn pensioen.
Maar ik weet niet of het onderwijs het echt voor me is of zal blijven.
Een zelfstandige winkeluitbater zou ik ook nog wel zien zitten, als ik er niet zoveel tijd met de kindjes voor zou moeten opgeven.
Maar misschien, ooit, dat ik de stap naar de privé toch nog zet en het onderwijs uitzwaai.

BEN JIJ OVER TIEN JAAR GETROUWD?
Ja, dat lijkt me wel.  Mijn man is mijn maatje, mijn beste vriend, mijn knuffelbeer, mijn alles.
Ik kan me niet echt voorstellen dat het misloopt, maar zeg nooit nooit, natuurlijk.

HEB JIJ OVER TIEN JAAR KINDEREN EN HOEVEEL?
Ik heb er nu drie en dan ook.

WAT DOE JIJ OVER TIEN JAAR IN HET WEEKEND?
Naar karate wedstrijden rijden met Warre?
Dat vind ik nu echt een heel moeilijke vraag!

WAAR HOOP JE OVER TIEN JAAR AL GEWEEST TE ZIJN?
Amerika, samen met de kinderen.

WAARVAN HOOP JE DAT JE DAT OVER TIEN JAAR BEREIKT HEBT?
Euhm –
Ik hoop dat ik mijn kindjes ‘goed’ heb opgevoed, tot zelfstandige, gelukkige pubers (Oh jeeeeeee, het zijn dan pubers!)
Ik hoop dat ons huis helemaal afgewerkt is.
Ik hoop dat ik nog steeds aan het bloggen ben.

Deze TAG vond ik op de blog van Kimberley, omdat ik mamaliefde in mijn leeslijst heb staan.

Wat de Fitbit me al leerde. – Waarom een fitbit?

Wat de Fitbit me al leerde. – Waarom een fitbit?

Ik draag nu al een tijdje mijn fitbit activity tracker. Ik heb mezelf net een Versa aangeschaft omdat deze waterdicht is!

Op de tijd dat ik mijn tracker draag heb ik best al wat geleerd over mezelf. Er zijn periodes dat ik hem minder draag. Al gaat die nieuwe nu ook wel in het zwembad kunnen worden gedragen en dat scheelt alweer!

Fitbit kent mijn gemiddelde aantal stappen

Ik dacht al wel dat ik best veel stappen deed als ik aan het lesgeven was.  Toen ik er een collega over aansprak zei die nochtans “Dat valt eigenlijk tegen.”
Maar als ik, met mijn halftijdse job, mijn halve dagjes les ga geven, kom ik héél vlotjes aan mijn 10 000 stappen per dag.
Gedurende de week flirt ik regelmatig met de grens van 15 000 stappen zonder daar veel moeite voor te moeten doen.
Ik wil dus mijn aantal stappen per dag binnenkort gaan verhogen.  Ik geraak vast elke dag aan de 15 000 zonder al te veel moeite. Dat weet de fitbit me al te vertellen, logisch, want het is natuurlijk een stappenteller! 😉

De trappen die ik doe.

Op een gemiddelde werkdag doe ik 15 trappen. (Geen treden, verdiepingen 😉 )
In het weekend moet ik nog een paar keer extra naar boven lopen om er aan te geraken.

Mijn slaappatroon

De fitbit vertelt me dat ik erg rustig slaap, tenminste als mijn echtgenoot naast me ligt.
Als hij weg is voor zijn werk ben ik tussen de 10 en de 16 keer onrustig in mijn slaap.
Toen hij naast me lag 3 keer … Ik wist wel dat ik, als hij weg is, vermoeider ben.  Maar ik dacht dat het alleen kwam doordat ik ook gewoon veel meer gehaast door het leven ga.
Nu weet ik dus dat ik gewoon ook slechter slaap.

Mijn waterverbruik. 

Mijn waterverbruik was nog te laag.  Ook al deed ik mijn best om veel (water) te drinken.
Het effectief ingeven op de app zorgt ervoor dat ik ook echt mijn 2 liter haal.

In het weekend ben ik lui – of ja, minder actief

In het weekend mijn 10 000 halen is (vooral in de herfst en de winter) moeilijker!

Ik heb mega competitieve collega’s

Als we een challenge doen, zijn er een paar collega’s die er voluit voor gaan om eerste te zijn in de groep! Het motiveert enorm! Al moet ik zeggen dat het nu al van vorig schooljaar geleden is! 😉

Het is trouwens niet zo makkelijk om als mama te bewegen!

Lees ook: “How to move mommy move”


Heb jij een activity watch en welke dan? Ben je er tevreden over? 

 

De trotse moeder?

De trotse moeder?

Ben jij een trotse moeder?  Waarschijnlijk, want welke ouder is er nu niet vreselijk trots op zijn of haar kinderen.

Soms wil je het van de daken schreeuwen: “Hij kan het!” – “Ze doet het”
Toch hou ik me vaak in.
Niet omdat ik niet trots ben, verre van.
Maar omdat ik niet hou van het vergelijken van kinderen onderling.
Elk kind heeft zijn talenten en ook zijn zwaktes.

Maar dit ‘trots’ momentje wilde ik met jullie delen of gewoon voor mezelf even neerschrijven… al denk ik niet dat ik het ooit zal vergeten.

Gisteren twee weken geleden, glom ik echt van trots.
Het was niets in de trend van trots omdat hij zo goed gespeeld had op het voetbalveld of trots dat hij goede punten haalden (sowieso nog niet het geval, hij is een kleuter 😉 ).
Maar Warre deed iets, helemaal uit zichzelf, zonder dat we het hem moesten vragen of zeggen, wat gewoon ‘goed’ was.

Twee weken geleden zaten we op het nieuwjaarsfeestje van oma M.
Oma M is de moeder van mijn schoonmoeder en woont in een kangoeroe woning bij het huis van mijn schoonouders.
Onze kindjes brengen dus ook vaak oma M een bezoekje als we bij mijn schoonouders op bezoek zijn.
Oma M is gewoon ‘nog’ een oma in de ogen van onze kindjes.
Oma M is 92 en ze blaakte altijd van gezondheid.  Maar helaas gaat het de laatste tijd niet zo goed.
Ze had voor de feestdagen een aantal weken in het ziekenhuis doorgebracht, maar was dan toch, voor de feestdagen, naar huis mogen komen.
Het was nog een twijfelgeval of ze haar eigen nieuwjaarsfeestje zou meedoen, want ze was eigenlijk te ziek.
Het feest was al een tijdje bezig, maar oma M was er nog niet.
Warre kwam al naar haar vragen en ik zei dat oma M een beetje ziek was en dat het nog niet zeker was of ze wel kon komen naar het feestje.
Zijn gezichtje betrok enigszins.
Net voor het tijd was om te gaan eten, was de familie toch Oma M gaan halen.  Ze zat ondertussen aan de eettafel.
De (achterklein)kinderen waren allemaal druk aan het spelen.
Er werd geroepen dat ze konden aanschuiven aan het buffet.
Warre vulde zijn bordje en liep naar zijn plaats, zette zijn bordje neer en liep onmiddellijk weer weg.
Ik zei: “Hé, vriend, wat ga je doen?”
“Ik heb oma M gezien, ik ga haar eerst gelukkig nieuwjaar wensen hè mama.”

En daar stond ik dat, blinkend van trots, met de tranen in mijn ogen te kijken naar mijn vijfjarige, die eerst naar zijn oma M ging om haar een gelukkig nieuwjaar te wensen.
Gewoon, omdat hij voelde dat juist dat het belangrijkste was wat hij die dag kon doen. (Samen met het ‘voorlezen’ van zijn nieuwjaarsbrief.)

trotse moeder

Land’s End – reisfotochallenge 3

Land’s End – reisfotochallenge 3

land's endWe zijn november 2011 op deze foto en we staan bij Land’s End.
Warre zijn eerste echte reis; met de ferry naar Groot-Brittannië, richting Cornwall.
Met een tussenstop bij Stonehenge, want dat wilden zowel mama, papa als reis-compagnon Lotte toch écht eens een keer gezien hebben.
Op deze foto straaaaaaaaaalen we! Het was mooi, droog weer en Land’s End is prachtig.  Zeker als je buiten het seizoen gaat en het er erg rustig vertoeven is.

Maar hoe mooi het weer ook was en hoe fenomenaal mooi Land’s end wel niet is, DAT was niet de reden dat we zo straalden.
Ik wist op die foto net een week of drie dat ik terug zwanger was.  Ik wilde het nog verbergen, want ik was nog geen twaalf weken ver, maar doordat ik zo onnoemelijk ziek was en de hele tijd moest overgeven, kon ik het niet meer voor Lotte verstoppen.  Ze werd wel tot geheimhouding gedwongen.
En hoe misselijk ik me ook voelde, ik was zo gelukkig!

Op die reis heb ik wel een degout gekregen van het Engelse eten.  Met grote dank aan ‘little chef’ – geloof me, blijf daar ver van weg.
Natuurlijk, door het zwanger zijn en de misselijkheid was het ook niet makkelijk om iets te vinden dat ik wel kon smaken.
Ik had een lasagne besteld.  BAH – ik heb echt bijna een jaar geen lasagne durven eten.  Als ik nog maar dacht aan die ‘vettige nest’ draaide mijn maag om en kon ik naar de toiletpot spurten.
Ik haalde gewoon de vetbolletjes zo uit mijn mond.  Echt walgelijk…
Ondertussen, sinds onze laatste reis richting Engeland, heb ik die eet-angst samen met mijn smaakpapillen terug overwonnen.  Je kan in Engeland echt wel lekker eten, je moet gewoon weten waar.

Er lag ook een ‘berenfabriek‘ in de buurt.
Kindjes kunnen daar een beer kiezen en laten vullen.  Ze zien dan hun beer ‘geboren worden.’
Warre koos Cornie.  Een bruine beer met een wit shirtje met de Engelse vlag erop.
Hij moest ook een ‘hartje of een sterretje kiezen’ dat als ‘hartje’ zou dienen voor de beer.
Hij grabbelde met zijn peuterhandje in de bak met verschillende kleuren van sterren en hartjes.
Hij viste er een zachtroze sterretje uit…

En hoe belachelijk dit in sommige mensen hun oren ook zal klinken… daar op dat moment, toen Warre een roze hartje grabbelde voor zijn ongeboren broer of zus, wist ik: “Dit wordt een meisje”
En een dikke zeven maand later, werd Inthe geboren.
Zin om mee te doen aan de reisfotochallenge?  Meer informatie kan je vinden op de blog van Thomas Pannenkoek. 

Wat is dat ding, Mevrouw?

Wat is dat ding, Mevrouw?

dingZoals jullie al dan niet weten, sta in in het onderwijs.  (Ja, ik ben er zo één die veel vakantie heeft :p )

Ik geef les in een school waar ongeveer duizend leerlingen tussen 11 en 18 jaar oud dagelijks het beste van zichzelf proberen te geven. (Meestal dan toch.)
Ik heb welgeteld twee klasjes dit jaar.
Ik geef namelijk halftijds les en één klas, mijn klas waar ik titularis van ben, moet acht uur per week tegen mij aankijken.
Ik geef het vak decoratie.

Elk jaar laat ik de leerlingen een profiel portret van zichzelf schilderen op een eenvoudige manier.
Ik haal de overheadprojector uit ons materialenkot. (Man, dat ding is zwaar)

En de laatste jaren komt daar dan telkens de verwonderde vraag: “Mevrouw (zo moeten ze me hier noemen en geloof me, als je pas bent afgestudeerd klinkt dat erg vreemd, zeker als je, zoals ik begon met lesgeven in het zesde jaar, die ‘kinderen’ zijn amper een paar jaar jonger dan jezelf op dat moment) wat is dat voor een ding?

Zo grappig, op tien jaar tijd is dat ‘ding’ helemaal tot de kelders en zolders van de scholen verbannen.
Ik weet nog dat er ‘gedoe’ was omdat er geen projector stond als je een stage-les ging geven.
Ik weet nog dat het verdiepingen versleurd werd, zo’n ‘ding’ was luxe in een klaslokaal.

Het ‘gedoe’ is gebleven, maar nu gaat het om een smart-board en niet om een loodzware projector met breekbare spiegels en lampen.
Nu verplaatsen we dan wel niet het bord, maar de klas om te zorgen dat er kan gewerkt worden met het smart-board.

Als de leerlingen me nu vragen: “Mevrouw, wat is dat voor een ding?”
Zeg ik: “Dat, mijn beste dames en heren, is de voorloper van het smart-board, dat is nu een overhead-projector”

Een beetje geschiedenis in de muzische vakken, kan  nooit kwaad. 😉

Zijn er nog ‘dingen’ die vroeger (in het onderwijs) gebruikt werden, die nu verbannen werden naar de kelder of de zolder, waar je van denkt dat de jeugd niet meer weet wat dat ‘ding’ in hemelsnaam moet voorstellen? 

Ons K(r)ot – reisfotochallenge 2 – studententijd

Ons K(r)ot – reisfotochallenge 2 – studententijd

k(r)otOk, strikt genomen is deze foto geen ‘reisfoto’, maar één van mijn grootste avonturen tot nu toe is het zeker wel!

In het jaar 2000 ging ik samen met mijn vriendje (nu mijn manlief), op kot in Hasselt.

We waren er wel een aantal gaan bekijken, voor we bij ons uiteindelijke kot gekomen waren.
Vaak waren ze zo ‘steriel’ of was er geen ‘klik’ en héél vaak waren ze ook gewoon belachelijk duur.
Niet voor iedereen, maar wel voor ons.
Mijn papa was op brugpensioen gestuurd op zijn 52ste, van een job die hij doodgraag deed, veel te vroeg!
Mijn mama was huisvrouw.
En nu hadden ze ‘een student’. Volgens mij hebben ze daar best wel slaap voor gelaten, toch zeker mijn mama.  Ik vind het nog altijd knap wat ze gepresteerd hebben, ik heb enorm veel respect voor hen.

Uiteindelijk, na heel wat rondgewandeld te hebben in Hasselt, vonden we een kot met een blauwe deur.  Recht tegenover een kot met een rode deur.
De deur van één van de koten (langs de voordeur) stond open, vriendelijke studenten lieten ons binnen. (Göran en Sandra).  We mochten de keuken zien, de douche, het toilet en ‘een’ kamer.
Geen idee waar de ‘klik’ vandaan kwam, maar die was er wel meteen (en als je de rest van het verhaal gaat lezen ga je jezelf misschien afvragen hoe dat mogelijk was).

 

Onze kamer(tje)s op ons k(r)ot

Onze kamertjes waren volgens de kotbaas een beetje kleiner dan de kamer die we gezien hadden.
We wilden graag in de ene kamer de bedden zetten en van de andere een soort studeer/leefkamer maken.
Dat was volgens de kotbaas geen enkel probleem, twee bedden in de kleinste kamer, moest lukken!
Maar de effectieve kamer hadden we niet gezien.  (Hoe naïef kan een student zijn?!)
Toen we dan de sleutels kregen en de kamertjes te zien kregen, ben ik letterlijk ingestort.
Ik zat in het midden van de kamer te brullen als een klein kind.

In de slaapkamer konden inderdaad twee bedden staan, maar niet naast elkaar, maar in een L-vorm en dan ging de deur net open.
Er stond een open kast zonder gordijntje of schappen.
Er was een klein dakraampje.

De studeer- en leefkamer was iets groter.  Langer, maar SMAL en de grote raam van de kamer die we gezien hadden was er niet er zaten drie kleine hogere raampjes.  Weinig daglicht dus.

Thank God voor manlief (toen nog vriendlief): “Schatteke, we maken er wel iets van, we zijn toch samen op kot, de rest is niet belangrijk“… Dat maakte me weer kalm.

De bedden werden afgebroken en de kotbaas werd gebeld om ze op te halen.
We legden de matrassen op de grond (gezellig naast elkaar) en kochten in de Ikea twee goedkope matrassen bij om boven op de andere te leggen.
De kast kreeg een gordijntje en met wanddoeken maakten we het gezellig.

Mijn schoonbroer maakte een bureau op maat, waar me met twee makkelijk aan konden studeren.
Zelfs een tweepersoons slaapbank en een klein kastje met TV paste in de smalle leefkamer.

De keuken
Zoals je kan zien op de foto, was de keuken altijd een grote berg met vuile vaat.
Dit is nog weinig – ik kan me herinneren dat de stapel bijna tot aan de hangkastjes kwam.
Als je zelf de vaat deed en je pannen in de keuken durfde te laten staan, kon je de volgende keer dat je ging koken gegarandeerd terug je pan afwassen.
Dus wij zorgden voor een mandje om onze eigen borden, potten en pannen van de derde verdieping, elke keer als we moesten koken, de smalle trapjes op en af te dragen.
Er stond een frietketel voor algemeen gebruik.  Ik begrijp nu niet meer dat ding ooit heb durven gebruiken.  En al helemaal niet dat ik er nooit ziek van geworden ben!  Die was denk ik in geen jaren zuiver gemaakt!
Er stond een broodtrommel, waar ik ooit eens blauw beschimmeld brood heb uitgehaald. Daar stak ik mijn brood dus niet in!

De tuin
Of euhm, ja euhm, paar vierkante meter onkruid met een aantal winkelkarren.
Studenten hebben vaak geen auto en met een kar vol bier op de bus, dat lukt niet.
Dus wandelen ze met de winkelkar naar het kot.
De winkelkar geraakt wel nooit meer terug bij de winkel, helaas.  Dus stonden er een aantal winkelkarren in de tuin.
Wel handig als er weer eens geen plaats was om de vaat te doen, dan verhuisden we wel eens stapels vaat naar de winkelkarren in de tuin.
Natuurlijke vaatwas 😉

De brandveiligheid
WHAHAHAHAHAHA – ik zit er nu mee te lachen, maar eerlijk?  Dat k(r)ot was levensgevaarlijk.
Als daar ooit brand zou moeten uitgebroken zijn, waren we denk ik allemaal levend verbrand.
Manlief is eens per ongeluk met zijn schouder tegen het rode kastje van het brandalarm gelopen en dat viel gewoon van de muur.
Het was niet eens aangesloten.  Het kastje was gewoon ‘leeg’ tegen de muur geplakt.
Brandblussers waren er wel, maar zeker niet genoeg en niet op alle verdiepingen, laat staan in alle koten.
Branddeuren waren van hout.
Er was op onze verdieping geen enkele manier om te ontsnappen.  Geen nooduitgang, geen brandtrap,…
En toch werd dat kot telkens als de brandweer langs kwam goedgekeurd.  (Tot het laatste jaar dat wij studeerden, toen werd het afgekeurd en plat gegooid)

Het Sanitair
De muren van het toilet waren van boven tot onder volgeschreven met (vuile) moppen en grapjes.  Op die twee jaar tijd denk ik dat ik nog steeds, bij elk toiletbezoek, nieuwe dingen op die muren heb ontdekt.
De douche *zucht* was in de gang beneden en daar was het KOUD!
Snel douchen was de boodschap en dan met badjas snel terug naar boven, naar de warmte.

Het gekraak en zo
Heel het k(r)ot was van hout en oud.  Dat brengt dus een kraakconcert bij elke stap die je zet.
We konden bijna zeggen welke trap en welk plankje van de vloer te vermijden was, wilde je geruisloos door de gang lopen ’s nachts.
Sowieso was rust en stilte zo goed als onbegonnen werk!  De muren waren zo dun.
Elke ruzie tussen geliefden of elk goedmakertje na het geruzie was telkens duidelijk hoorbaar.  Maar dat gold evenzeer voor muziek die zelf werd gemaakt (Niet waar Lies en Johan?), of de TV die wat hard stond…

Druppels op je boeken
Op een keer tijdens de examens lag ik op onze slaapkamer te blokken, toen er allemaal druppels op mijn boek terecht kwamen.
Vriendlief het dak op, om te zien waar het vandaan kwam.
Bleken er een paar leien kapot.  Dankjewel lieve achterburen, die ons een paar leien hebben gegeven, zodat ik droog kon verder studeren.

Gezelligheid en fijne mensen op ons k(r)ot
Maar ondanks alles heb ik daar een super fijne tijd beleefd.
Ondanks alles, zat ik daar graag, want gezelligheid maak je zelf.

Daar leerde ik voor het eerst de ‘echte’ wereld kennen.
Ik kwam uit een veilig, warm, hecht gezin.  Voor veel van mijn kotgenootjes was dat niet zo.
Velen hadden al van alles meegemaakt, kwamen niet uit een warm gezin, hadden het echte leven al meegemaakt.
Verlies, pijn, echtscheidingen, …
Dingen die voor mij een ‘ver van mijn bed’ show waren.

Er zaten (bijna) allemaal fijne mensen bij ons op kot.
Als je met een (studie)probleem zat, stond er altijd iemand klaar.
We kookten vaak allemaal samen.  Een grote pot spaghetti, mosselen,…

Ik heb spijt dat ik niet meer foto’s heb van die periode.  Ik heb er echt weinig, ik had er geen tijd voor, ik was te veel aan het genieten van mijn zorgeloze studententijd.

De aanpassing naar een gezondere levensstijl

De aanpassing naar een gezondere levensstijl

aanpassing

De aanpassing

Tien dagen in het nieuwe jaar, waarbij ik als eerste en enige voornemen het cliché onder de voornemens voornam 😉
Een gezondere levensstijl.

I had hit rock bottom om het zo maar te zeggen, dat konden jullie al lezen in ‘Mijn zwakte’
Ik was, of beter ben, zo boos op mezelf dat ik het jojo effect weer helemaal de verkeerde kant op liet gaan…
En ik begon 2 januari aan een gezondere levensstijl.

Waar sta ik nu? 
Op de weeg-dag, die voor mij op vrijdag staat, zei de weegschaal -4.3 kilo (ronde-dansje)
Ik hoor sommigen al zeggen: “Hoooow, niet zo snel dat is niet goed.”
Dat weet ik, maar het getalletje is ook super bedrieglijk.  Vooral omdat ik ‘in die periode van de maand’ zit waarbij mijn gewicht sowieso 1,5 tot 2 kilo schommelt.
Dus een -2,5 kilo is een meer realistisch getal. 😉

Ik heb deze week drie actieve momenten ingebouwd.  Telkens van 10 minuten tot een kwartier. (Langzaam beginnen)
Ik heb in totaal 4 glazen gedronken die geen water waren, maar ook geen suikerhoudende dranken.
Ik heb meer fruit gegeten, meer groenten, zeer weinig vlees (wat ik helemaal niet gemist  heb).
Snacks voor TV werden vervangen door wortels, kleine komkommers en radijsjes.
Ik heb mezelf drie hele kleine stroopwafels laten eten verdeeld over de week.
Op frietjesdag at ik wel frietjes, maar een veel kleinere portie.

Hoe reageert de rest van het gezin.
Want ja, natuurlijk, voor hen is het ook wel een aanpassing.
Ik maakte een variant op boerenkoolpuree met spek, dat werd boerenkoolpuree met feta en rode ajuin en hazelnoot, zonder melk.
Warre miste de spekjes eerst, maar de feta vond hij ook wel oké.  De rode ajuin had ik voor de kindjes eruit gelaten.
De overschakeling naar mager (vlees)beleg bleek ook geen enkel probleem.

Inthe geniet van de muesli en het fruit en de vele groenten, helemaal haar ding.  Minder vlees was haar niet eens opgevallen.
Leni schuift haar bordje nog steeds naar de kom met eten voor ‘nog’, ook al zijn het bijna allemaal nieuwe gerechten geweest die ik heb klaargemaakt deze voorbije tien dagen.

Manlief zei me gisteren oprecht dat hij deze week erg lekker gegeten had en hij (die erg graag vlees eet) heeft het vlees niet gemist.

Helemaal vegetarisch is geen optie hier in het gezin, maar minder vlees kan duidelijk wel.

Hoe voel ik me?
Goed!  Ik ben blij dat ik de stap (op de weegschaal) heb gezet.
Ik heb lekker gegeten, veel informatie over gezonde voeding gekregen:
Van ‘let op met kokosbloemsuiker, want dat  bevat wel evenveel calorieën dan gewone suiker’ tot ‘schrijf op welke emoties er voor zorgen dat je in de kast gaat graaien’.
Ik kreeg ook veel steun van mensen rondom mij en ook van jullie lezers kreeg ik goede moed en tips.
Van blogs tot boeken, van fitbit verhalen, tot ‘ook ik ben een jojo’.

Bij deze dus ‘dankjewel allemaal’ – echt waar!

Mama, ik lijk steeds meer op jou – mini versie van mij

Mama, ik lijk steeds meer op jou – mini versie van mij

Het is soms zo grappig en soms zo confronterend als je karaktertrekken, woordjes die je vaak zelf gebruikt en manieren van doen bij je kindjes ziet terugkomen.

mama, ik lijk steeds meer op jou

Warre is op zoveel vlakken gewoon Warre.  Een eigen persoontje, dat eerder introvert is in zijn spelen.
Hij is erg creatief in het combineren van speelgoed.  Met Lego bouwt hij iets voor de auto’s of met een springtouw maakt hij een brandweerauto van de salontafel.
Hij heeft veel interesse in robots, techniek in het algemeen en de ruimte (Ja, een Star Wars fan vanaf de eerste minuut dat hij er kennis mee maakte.)
Hij kan uren met één ding spelen zonder uit concentratie te geraken.
Hij is erg gevoelig en empathisch, zorgzaam en kan op zijn manier koppig zijn (als hij weet dat hij gelijk heeft – daar komt dan een beetje papa naar boven 😉 )

Maar in sommige dingen herken ik mezelf.
Hij kan honderduit vertellen, net zoals ik.
En deze voorbije kerstvakantie kwam er nog iets ander naar boven.  Frustratie als iets niet lukt.
Ik heb dat ook héél erg.  Ik kan dan zo boos worden, zo gefrustreerd.  Ik herinner me nog een blokfluit die door mijn kamer vloog omdat het maar niet wilde lukken.
En Warre heeft dat dus ook, oh wat was hij boos.
Ik moest er mee lachen, niet om hem uit te lachen, maar omdat ik zo hard mezelf herkende in zijn boze gezichtje, zijn handelingen en woordkeuze als iets niet wil lukken…
Hij vond dat niet zo leuk en ik heb dan maar mijn uiterste best gedaan om mijn gezicht terug in de plooi te trekken.

Inthe is op zoveel vlakken gewoon Inthe.  Een eigen persoontje, vreselijk koppig op sommige momenten.
Ik zie mensen die me persoonlijk kennen denken: “Ah, dat heeft ze van de mama.”
Voor een stuk is dat waar, ik kan koppig zijn, maar Inthe, dat is toch echt een apart geval.  Mijn moeder zei eens: “Zo een koppige heb ik nog nooit gezien!”
En dat in een familie met toch wel enkele keikoppen. 😉
Ze is ook erg zorgzaam en lief voor andere kindjes, een poppenmie.
Ze is ook een ‘meisje, meisje’.  Jurkjes, glitter en roze, rokjes en schmink, kammen, prinsesjes…
Dat heb ik vroeger nooit zo erg gehad.

Maar in sommige dingen herken ik mezelf.
Inthe zit het liefst aan de tekentafel.  Stiften, kleurtjes, scharen, stickers en glitters, ze kan er uren mee bezig zijn.  Helemaal de creatieve mama.

En blijkbaar ook uiterlijk lijkt Inthe op mij.  Ik zie het soms, bij oude foto’s van mezelf als kind.
Maar de voorbije feestdagen, heb ik van verschillende familieleden, die we niet zo vaak zien, moeten horen dat ze echt een evenbeeld is van de mama…
Een erg smalle versie dan, maar ook ik kon als kind geen broeken vinden die niet van mijn gat zakte… dus ja, misschien zit er wel iets in.

Bij Leni is de ontdekking van haar persoontje met haar 18 maand net begonnen.

Diertjes (vooral aapjes), poppen en Bumba dragen haar voorkeur op het moment.
Ze is ook een ‘meisje, meisje’ dat is al duidelijk.  Hoe ze met haar handjes op haar feestjurkje sloeg om de aandacht er even op te vestigen.
Hoe ze in de schoenenwinkel vorige week alles wilde passen.
Ze weet ook erg goed wat ze wil en ik herken er wel wat koppigheid in, maar niet zo erg als bij Inthe (voorlopig, ze is dan ook nog geen 2. 😉 )

12400828_10208168893604545_1120665396110025052_n

Maar ik hoor Leni woordjes zeggen die ik ook vaak gebruik:

“Zo seh” – als ik bijvoorbeeld water in haar drinkbeker heb gedaan en voor haar neer zet.

Ik zag gisteren Leni met haar nieuwe schoentjes op de grond zitten en “Allez” zeggen, omdat ze de dingen niet  aankreeg.
Zo grappig, want ik was me niet bewust dat ik dat woord zo vaak gebruikte en nu hoor ik het mezelf constant zeggen.
Ik zei het zelf ook gisteren, toen ik Inthe hielp met haar nieuwe schoentjes, die nog niet zo goed meewerken bij het aandoen, net omdat ze nog ze nieuw zijn.

Kleine wezentjes, zo zichzelf, toch soms zo’n kopie van wat wij als ouders doen en zeggen.
Confronterend, maar ook bewustmakend dat wij nog steeds hun grote voorbeeld blijven.
Hoe wij reageren op, bijvoorbeeld, zorg dragen voor het milieu of hoe wij reageren naar mensen van vreemde origine.
Het heeft nu al zoveel invloed op hen….

“OHHHH, MAMA, hier heeft iemand een blikje op de grond gegooid!  Dat mag niet, dat maakt het bos vies eh, mama!”
Stiekem zeggen ze hiermee: Mama, ik lijk steeds meer op jou

Herkennen jullie ook karaktereigenschappen of woordgebruik van jezelf bij je kinderen?

Een stroopwafel als kratje bier.

Een stroopwafel als kratje bier.

De vieze geur in de koffer

Toen manlief terug kwam met zijn koffer uit China een paar weken geleden stonk hij.
Naar fabriek, naar petroleum, naar ‘De Chinees’, naar veel te lang in dezelfde kleding moeten lopen omdat hij veel langer dan oorspronkelijk de bedoeling was had moeten blijven.
BAH

Toen de eerste lading was uit de machine haalde om te drogen, trok ik meteen een vies gezicht, de geur was er helemaaaaaaaaaaal niet uit.
Nog steeds rook alles naar petroleum (of was dat die befaamde smog-geur – geen idee), dus ik duwde alles gewoon terug in de machine om nog maar een keer te laten draaien.
Alle was van hem heb ik twee keer moeten doen om er de vieze geur uit te krijgen.  Lekker ecologisch en economisch en zo 🙁

Omkoperij met een stroopwafel?

Ondertussen staat vast dat hij maandag terug moet voor een dag of tien. (zeven dagen effectief werken, de rest is reistijd en jetlag tijd)
Ik ben alvast begonnen om de koffer te maken.
Het begin is er: een koffer vol met stroopwafeltjes. (Toevallig in ‘Bonus’ in de AH deze week 🙂 )
Want blijkbaar zijn de Chinezen gek op stroopwafeltjes en kennen ze dat daar niet.
Stroopwafeltjes kunnen dus dienen om de ene of de andere daar wat beter gezind te maken, zoals je hier in België een kratje bier geeft, geef je daar een stroopwafel.

En laat dat nu net veel beter in een reiskoffertje passen dan een kratje bier. 😀

stroopwafel