Auteur: Ilse Verhoeven

Creatieve Belgische blogger met een chaotisch brein. Mama van drie kinderen en vrouw van jeugdliefde.
Land’s End – reisfotochallenge 3

Land’s End – reisfotochallenge 3

land's endWe zijn november 2011 op deze foto en we staan bij Land’s End.
Warre zijn eerste echte reis; met de ferry naar Groot-Brittannië, richting Cornwall.
Met een tussenstop bij Stonehenge, want dat wilden zowel mama, papa als reis-compagnon Lotte toch écht eens een keer gezien hebben.
Op deze foto straaaaaaaaaalen we! Het was mooi, droog weer en Land’s End is prachtig.  Zeker als je buiten het seizoen gaat en het er erg rustig vertoeven is.

Maar hoe mooi het weer ook was en hoe fenomenaal mooi Land’s end wel niet is, DAT was niet de reden dat we zo straalden.
Ik wist op die foto net een week of drie dat ik terug zwanger was.  Ik wilde het nog verbergen, want ik was nog geen twaalf weken ver, maar doordat ik zo onnoemelijk ziek was en de hele tijd moest overgeven, kon ik het niet meer voor Lotte verstoppen.  Ze werd wel tot geheimhouding gedwongen.
En hoe misselijk ik me ook voelde, ik was zo gelukkig!

Op die reis heb ik wel een degout gekregen van het Engelse eten.  Met grote dank aan ‘little chef’ – geloof me, blijf daar ver van weg.
Natuurlijk, door het zwanger zijn en de misselijkheid was het ook niet makkelijk om iets te vinden dat ik wel kon smaken.
Ik had een lasagne besteld.  BAH – ik heb echt bijna een jaar geen lasagne durven eten.  Als ik nog maar dacht aan die ‘vettige nest’ draaide mijn maag om en kon ik naar de toiletpot spurten.
Ik haalde gewoon de vetbolletjes zo uit mijn mond.  Echt walgelijk…
Ondertussen, sinds onze laatste reis richting Engeland, heb ik die eet-angst samen met mijn smaakpapillen terug overwonnen.  Je kan in Engeland echt wel lekker eten, je moet gewoon weten waar.

Er lag ook een ‘berenfabriek‘ in de buurt.
Kindjes kunnen daar een beer kiezen en laten vullen.  Ze zien dan hun beer ‘geboren worden.’
Warre koos Cornie.  Een bruine beer met een wit shirtje met de Engelse vlag erop.
Hij moest ook een ‘hartje of een sterretje kiezen’ dat als ‘hartje’ zou dienen voor de beer.
Hij grabbelde met zijn peuterhandje in de bak met verschillende kleuren van sterren en hartjes.
Hij viste er een zachtroze sterretje uit…

En hoe belachelijk dit in sommige mensen hun oren ook zal klinken… daar op dat moment, toen Warre een roze hartje grabbelde voor zijn ongeboren broer of zus, wist ik: “Dit wordt een meisje”
En een dikke zeven maand later, werd Inthe geboren.
Zin om mee te doen aan de reisfotochallenge?  Meer informatie kan je vinden op de blog van Thomas Pannenkoek. 

To e-read or not to e-read that was the question.

To e-read or not to e-read that was the question.

e-read

Lezen, ik doe het graag, de laatste tijd deed ik het naar mijn zin veel te weinig en ik miste het.

Mijn schaarse vrije momenten steek ik in haken of lezen en haken kreeg de laatste tijd steeds de bovenhand.

Bij het kerstshoppen stop ik onvermijdelijk bij ‘de Standaard boekhandel’ en dan ben ik, ook onvermijdelijk, te veel tijd kwijt. *zucht*
Zoveel dingen die ik wil lezen.

Mijn man reist veel en heeft een e-reader.  Eerst een Tolino, van mij gekregen, maar die had een barst in het scherm de dag dat we in Toscane aankwamen voor onze zomervakantie.
Een vakantie zonder boek, dat is bij manlief onmogelijk, dus kocht hij daar een Kindle.

Ik had nog geen e-reader.  
Ik zat met een dilemma: Ga ik nu gewoon een boek kopen of schaf ik mezelf ook een e-reader aan?
Want net zoals een facebook vriendin antwoordde op mijn status, waarin ik vroeg of ik nu wel of niet een e-reader zou moeten aanschaffen, antwoordde: “Ik hou van boeken, ik hou van de geur, het gevoel een boek vast te hebben, van boeken in de kast.”
Maar de boekenkast puilt uit.  Drie rijen boeken, ik zie de achterste niet eens.  En dan heb ik nog veel boeken gewoon weggedaan een half jaar geleden.
Ik lees graag dikke boeken en dat is niet altijd even praktisch…

Ik kreeg veel reacties:
* Ik heb graag een boek vast, voor mij geen e-reader.
* Ik heb een e-reader, ik ben voor.
* Ik wil nooit nog iets anders.
* Ik heb een Kobo, heel tevreden van.
* Leest fijn, ook in het donker.  Batterij gaat lang mee.

Eigenlijk kreeg ik geen negatieve reacties over de e-reader van mensen die er één hadden.  En ook al heb ik zelf ook enorm graag een boek vast en wil ik sommige boeken ook gewoon als boekvorm in mijn kast kunnen zetten, hakte ik de knoop door en kocht online een Kobo Glo HD.

Hij werd snel geleverd en het wees zichzelf helemaal uit.
Ik heb wel even naar de code van de WiFi moeten vragen aan manlief en door het tijdsverschil met China (nog vijf keer slapen!) heb ik langer moeten wachten dan dat ik eigenlijk geduld had.
Maar toen ik de code van de WiFi had en een paar boekjes had uitgekozen, kon ik meteen beginnen.
En ja, dat ding leest echt wel fijn.  Geen last van hoofdpijn (Dat had gekund, toch?  Het is toch ook een schermpje?) en ik wilde het boek net zo snel uit hebben als dat ik het ‘boek boek’ in mijn handen zou gehad hebben. (Damn – te weinig geslapen!)

Ik ben gewonnen voor mijn Kobo Glo HD.

Hij is klein, makkelijk mee te nemen, gebruiksvriendelijk, kan ook in het donker gebruikt worden zonder anderen te storen, de batterij gaat lang  mee en ik krijg er geen hoofdpijn van (ook al is het een scherm).

Wil dat nu zeggen dat ik geen boeken meer ga kopen? Zeer zeker niet.
Sommige boeken wil ik gewoon ‘hebben’ (oh jee, dat klinkt materialistisch …)
Ik vind het héérlijk om in kookboeken te neuzen en dan bedoel ik dus met mijn neus in een ‘echt’ boek …

Ik koos ook nog een mooi beschermhoesje, niet in het zwart omdat ik hem dan misschien zou verwarren met manlief zijn Kindle en ook deze kleur is veel mooier 😀

Zijn er nog e-readers onder mijn lezers of mensen die zweren bij het ‘boek boek’?

Wat is dat ding, Mevrouw?

Wat is dat ding, Mevrouw?

dingZoals jullie al dan niet weten, sta in in het onderwijs.  (Ja, ik ben er zo één die veel vakantie heeft :p )

Ik geef les in een school waar ongeveer duizend leerlingen tussen 11 en 18 jaar oud dagelijks het beste van zichzelf proberen te geven. (Meestal dan toch.)
Ik heb welgeteld twee klasjes dit jaar.
Ik geef namelijk halftijds les en één klas, mijn klas waar ik titularis van ben, moet acht uur per week tegen mij aankijken.
Ik geef het vak decoratie.

Elk jaar laat ik de leerlingen een profiel portret van zichzelf schilderen op een eenvoudige manier.
Ik haal de overheadprojector uit ons materialenkot. (Man, dat ding is zwaar)

En de laatste jaren komt daar dan telkens de verwonderde vraag: “Mevrouw (zo moeten ze me hier noemen en geloof me, als je pas bent afgestudeerd klinkt dat erg vreemd, zeker als je, zoals ik begon met lesgeven in het zesde jaar, die ‘kinderen’ zijn amper een paar jaar jonger dan jezelf op dat moment) wat is dat voor een ding?

Zo grappig, op tien jaar tijd is dat ‘ding’ helemaal tot de kelders en zolders van de scholen verbannen.
Ik weet nog dat er ‘gedoe’ was omdat er geen projector stond als je een stage-les ging geven.
Ik weet nog dat het verdiepingen versleurd werd, zo’n ‘ding’ was luxe in een klaslokaal.

Het ‘gedoe’ is gebleven, maar nu gaat het om een smart-board en niet om een loodzware projector met breekbare spiegels en lampen.
Nu verplaatsen we dan wel niet het bord, maar de klas om te zorgen dat er kan gewerkt worden met het smart-board.

Als de leerlingen me nu vragen: “Mevrouw, wat is dat voor een ding?”
Zeg ik: “Dat, mijn beste dames en heren, is de voorloper van het smart-board, dat is nu een overhead-projector”

Een beetje geschiedenis in de muzische vakken, kan  nooit kwaad. 😉

Zijn er nog ‘dingen’ die vroeger (in het onderwijs) gebruikt werden, die nu verbannen werden naar de kelder of de zolder, waar je van denkt dat de jeugd niet meer weet wat dat ‘ding’ in hemelsnaam moet voorstellen? 

De kip die eigenlijk een vis was. Eerste haakwerk!

De kip die eigenlijk een vis was. Eerste haakwerk!

“Herinner je jouw eerste haakwerk nog?”

Een zinnetje dat ik vandaag ergens las en ik moest meteen lachen.

Het allereerste herinner ik me niet echt, want dat moet in de lagere school geweest zijn.
Ik weet nog dat we daar gehaakt hebben.  Maar wat dan precies? Euhm?

Haken is voor bomma’s, toch?! 

Haken dat kon ik niet, was ook niet hip hè, dat was voor bomma’s toch?
Maar toen, een aantal jaren geleden, in december 2012, kreeg ik het in mijn hoofd dat ik dat haken wilde leren.
Eigenlijk is dat wat gek gelopen.
Een mama die ik kende van een mama forum vertelde me over het inktvisjesproject en zei: “Jij bent zo’n handige, jij moet dat toch kunnen.”
En ja, eigenlijk moest ik dat toch kunnen?
Ik had dat vroeger toch geleerd op school?
Maar lossen, vasten, laat staan stokjes of een magische ring, het was allemaal Chinees.
Uit boekjes bleek het me eerst niet echt goed te lukken.
Maar er was zoiets dat ‘You Tube’ heette, waar ik filmpjes vond over de steken en alle andere dingen die ik nodig had.

De koppigheid komt dan boven.

Als ik dan iets in mijn kop heb, heb ik het niet in mijn tenen.
Mijn koppigheid neemt dan de overhand: “Ik moest en zou dat leren!”

Ik kocht een klein amigurumi boekje (voor de leken: dat zijn (meestal) knuffeltjes die in het rond worden gehaakt) en begon aan mijn vis.

De vis

Hij is afgeraakt, mijn vis, al gebruikte ik een veel te brede naald en een slecht (restje) garen.
Hij had super grote gaten, maar hij was af – ik was best trots dat ik ik had volgehouden en het leek best wel wat op een vis – Toch?
Dat is mijn eerste haakwerk dat ik me herinner.

Ik showde mijn vis aan mijn zoontje, toen net 2 jaar en een paar maand oud:  ‘Ohhhh pik’ zei hij.
Excuseer me het woordgebruik, hij kon kip toen nog niet zeggen, dat was bij hem pik.

Mijn echtgenoot lag natuurlijk plat van het lachen.
Daar stond mama dan, zo fier dat ze iets gehaakt had en dat het er toch een beetje op leek…
En daar stond mijn zoontje, super blij met zijn kip, die eigenlijk een vis was.

Ik heb er nog een wazige foto van, ik was toen absoluut niet bezig met ‘ideale foto’s voor op mijn blog’. 😉

vis

Kan jij je nog je eerste haakwerk, eerste naaisel of eerste DIY projectje herinneren? 
Hangen er misschien ook grappige verhalen aan vast? 
Of zag het er niet helemaal uit zoals je gedacht had?
Misschien heb je ook al een blogje geschreven?  Dan plak je de link maar in de reactie.
🙂
Ik ben benieuwd. 

 

Volgen kan op BloglovinFacebookTwitterInstagram –Pinterest –Youtube

Ons K(r)ot – reisfotochallenge 2 – studententijd

Ons K(r)ot – reisfotochallenge 2 – studententijd

k(r)otOk, strikt genomen is deze foto geen ‘reisfoto’, maar één van mijn grootste avonturen tot nu toe is het zeker wel!

In het jaar 2000 ging ik samen met mijn vriendje (nu mijn manlief), op kot in Hasselt.

We waren er wel een aantal gaan bekijken, voor we bij ons uiteindelijke kot gekomen waren.
Vaak waren ze zo ‘steriel’ of was er geen ‘klik’ en héél vaak waren ze ook gewoon belachelijk duur.
Niet voor iedereen, maar wel voor ons.
Mijn papa was op brugpensioen gestuurd op zijn 52ste, van een job die hij doodgraag deed, veel te vroeg!
Mijn mama was huisvrouw.
En nu hadden ze ‘een student’. Volgens mij hebben ze daar best wel slaap voor gelaten, toch zeker mijn mama.  Ik vind het nog altijd knap wat ze gepresteerd hebben, ik heb enorm veel respect voor hen.

Uiteindelijk, na heel wat rondgewandeld te hebben in Hasselt, vonden we een kot met een blauwe deur.  Recht tegenover een kot met een rode deur.
De deur van één van de koten (langs de voordeur) stond open, vriendelijke studenten lieten ons binnen. (Göran en Sandra).  We mochten de keuken zien, de douche, het toilet en ‘een’ kamer.
Geen idee waar de ‘klik’ vandaan kwam, maar die was er wel meteen (en als je de rest van het verhaal gaat lezen ga je jezelf misschien afvragen hoe dat mogelijk was).

 

Onze kamer(tje)s op ons k(r)ot

Onze kamertjes waren volgens de kotbaas een beetje kleiner dan de kamer die we gezien hadden.
We wilden graag in de ene kamer de bedden zetten en van de andere een soort studeer/leefkamer maken.
Dat was volgens de kotbaas geen enkel probleem, twee bedden in de kleinste kamer, moest lukken!
Maar de effectieve kamer hadden we niet gezien.  (Hoe naïef kan een student zijn?!)
Toen we dan de sleutels kregen en de kamertjes te zien kregen, ben ik letterlijk ingestort.
Ik zat in het midden van de kamer te brullen als een klein kind.

In de slaapkamer konden inderdaad twee bedden staan, maar niet naast elkaar, maar in een L-vorm en dan ging de deur net open.
Er stond een open kast zonder gordijntje of schappen.
Er was een klein dakraampje.

De studeer- en leefkamer was iets groter.  Langer, maar SMAL en de grote raam van de kamer die we gezien hadden was er niet er zaten drie kleine hogere raampjes.  Weinig daglicht dus.

Thank God voor manlief (toen nog vriendlief): “Schatteke, we maken er wel iets van, we zijn toch samen op kot, de rest is niet belangrijk“… Dat maakte me weer kalm.

De bedden werden afgebroken en de kotbaas werd gebeld om ze op te halen.
We legden de matrassen op de grond (gezellig naast elkaar) en kochten in de Ikea twee goedkope matrassen bij om boven op de andere te leggen.
De kast kreeg een gordijntje en met wanddoeken maakten we het gezellig.

Mijn schoonbroer maakte een bureau op maat, waar me met twee makkelijk aan konden studeren.
Zelfs een tweepersoons slaapbank en een klein kastje met TV paste in de smalle leefkamer.

De keuken
Zoals je kan zien op de foto, was de keuken altijd een grote berg met vuile vaat.
Dit is nog weinig – ik kan me herinneren dat de stapel bijna tot aan de hangkastjes kwam.
Als je zelf de vaat deed en je pannen in de keuken durfde te laten staan, kon je de volgende keer dat je ging koken gegarandeerd terug je pan afwassen.
Dus wij zorgden voor een mandje om onze eigen borden, potten en pannen van de derde verdieping, elke keer als we moesten koken, de smalle trapjes op en af te dragen.
Er stond een frietketel voor algemeen gebruik.  Ik begrijp nu niet meer dat ding ooit heb durven gebruiken.  En al helemaal niet dat ik er nooit ziek van geworden ben!  Die was denk ik in geen jaren zuiver gemaakt!
Er stond een broodtrommel, waar ik ooit eens blauw beschimmeld brood heb uitgehaald. Daar stak ik mijn brood dus niet in!

De tuin
Of euhm, ja euhm, paar vierkante meter onkruid met een aantal winkelkarren.
Studenten hebben vaak geen auto en met een kar vol bier op de bus, dat lukt niet.
Dus wandelen ze met de winkelkar naar het kot.
De winkelkar geraakt wel nooit meer terug bij de winkel, helaas.  Dus stonden er een aantal winkelkarren in de tuin.
Wel handig als er weer eens geen plaats was om de vaat te doen, dan verhuisden we wel eens stapels vaat naar de winkelkarren in de tuin.
Natuurlijke vaatwas 😉

De brandveiligheid
WHAHAHAHAHAHA – ik zit er nu mee te lachen, maar eerlijk?  Dat k(r)ot was levensgevaarlijk.
Als daar ooit brand zou moeten uitgebroken zijn, waren we denk ik allemaal levend verbrand.
Manlief is eens per ongeluk met zijn schouder tegen het rode kastje van het brandalarm gelopen en dat viel gewoon van de muur.
Het was niet eens aangesloten.  Het kastje was gewoon ‘leeg’ tegen de muur geplakt.
Brandblussers waren er wel, maar zeker niet genoeg en niet op alle verdiepingen, laat staan in alle koten.
Branddeuren waren van hout.
Er was op onze verdieping geen enkele manier om te ontsnappen.  Geen nooduitgang, geen brandtrap,…
En toch werd dat kot telkens als de brandweer langs kwam goedgekeurd.  (Tot het laatste jaar dat wij studeerden, toen werd het afgekeurd en plat gegooid)

Het Sanitair
De muren van het toilet waren van boven tot onder volgeschreven met (vuile) moppen en grapjes.  Op die twee jaar tijd denk ik dat ik nog steeds, bij elk toiletbezoek, nieuwe dingen op die muren heb ontdekt.
De douche *zucht* was in de gang beneden en daar was het KOUD!
Snel douchen was de boodschap en dan met badjas snel terug naar boven, naar de warmte.

Het gekraak en zo
Heel het k(r)ot was van hout en oud.  Dat brengt dus een kraakconcert bij elke stap die je zet.
We konden bijna zeggen welke trap en welk plankje van de vloer te vermijden was, wilde je geruisloos door de gang lopen ’s nachts.
Sowieso was rust en stilte zo goed als onbegonnen werk!  De muren waren zo dun.
Elke ruzie tussen geliefden of elk goedmakertje na het geruzie was telkens duidelijk hoorbaar.  Maar dat gold evenzeer voor muziek die zelf werd gemaakt (Niet waar Lies en Johan?), of de TV die wat hard stond…

Druppels op je boeken
Op een keer tijdens de examens lag ik op onze slaapkamer te blokken, toen er allemaal druppels op mijn boek terecht kwamen.
Vriendlief het dak op, om te zien waar het vandaan kwam.
Bleken er een paar leien kapot.  Dankjewel lieve achterburen, die ons een paar leien hebben gegeven, zodat ik droog kon verder studeren.

Gezelligheid en fijne mensen op ons k(r)ot
Maar ondanks alles heb ik daar een super fijne tijd beleefd.
Ondanks alles, zat ik daar graag, want gezelligheid maak je zelf.

Daar leerde ik voor het eerst de ‘echte’ wereld kennen.
Ik kwam uit een veilig, warm, hecht gezin.  Voor veel van mijn kotgenootjes was dat niet zo.
Velen hadden al van alles meegemaakt, kwamen niet uit een warm gezin, hadden het echte leven al meegemaakt.
Verlies, pijn, echtscheidingen, …
Dingen die voor mij een ‘ver van mijn bed’ show waren.

Er zaten (bijna) allemaal fijne mensen bij ons op kot.
Als je met een (studie)probleem zat, stond er altijd iemand klaar.
We kookten vaak allemaal samen.  Een grote pot spaghetti, mosselen,…

Ik heb spijt dat ik niet meer foto’s heb van die periode.  Ik heb er echt weinig, ik had er geen tijd voor, ik was te veel aan het genieten van mijn zorgeloze studententijd.

De aanpassing naar een gezondere levensstijl

De aanpassing naar een gezondere levensstijl

aanpassing

De aanpassing

Tien dagen in het nieuwe jaar, waarbij ik als eerste en enige voornemen het cliché onder de voornemens voornam 😉
Een gezondere levensstijl.

I had hit rock bottom om het zo maar te zeggen, dat konden jullie al lezen in ‘Mijn zwakte’
Ik was, of beter ben, zo boos op mezelf dat ik het jojo effect weer helemaal de verkeerde kant op liet gaan…
En ik begon 2 januari aan een gezondere levensstijl.

Waar sta ik nu? 
Op de weeg-dag, die voor mij op vrijdag staat, zei de weegschaal -4.3 kilo (ronde-dansje)
Ik hoor sommigen al zeggen: “Hoooow, niet zo snel dat is niet goed.”
Dat weet ik, maar het getalletje is ook super bedrieglijk.  Vooral omdat ik ‘in die periode van de maand’ zit waarbij mijn gewicht sowieso 1,5 tot 2 kilo schommelt.
Dus een -2,5 kilo is een meer realistisch getal. 😉

Ik heb deze week drie actieve momenten ingebouwd.  Telkens van 10 minuten tot een kwartier. (Langzaam beginnen)
Ik heb in totaal 4 glazen gedronken die geen water waren, maar ook geen suikerhoudende dranken.
Ik heb meer fruit gegeten, meer groenten, zeer weinig vlees (wat ik helemaal niet gemist  heb).
Snacks voor TV werden vervangen door wortels, kleine komkommers en radijsjes.
Ik heb mezelf drie hele kleine stroopwafels laten eten verdeeld over de week.
Op frietjesdag at ik wel frietjes, maar een veel kleinere portie.

Hoe reageert de rest van het gezin.
Want ja, natuurlijk, voor hen is het ook wel een aanpassing.
Ik maakte een variant op boerenkoolpuree met spek, dat werd boerenkoolpuree met feta en rode ajuin en hazelnoot, zonder melk.
Warre miste de spekjes eerst, maar de feta vond hij ook wel oké.  De rode ajuin had ik voor de kindjes eruit gelaten.
De overschakeling naar mager (vlees)beleg bleek ook geen enkel probleem.

Inthe geniet van de muesli en het fruit en de vele groenten, helemaal haar ding.  Minder vlees was haar niet eens opgevallen.
Leni schuift haar bordje nog steeds naar de kom met eten voor ‘nog’, ook al zijn het bijna allemaal nieuwe gerechten geweest die ik heb klaargemaakt deze voorbije tien dagen.

Manlief zei me gisteren oprecht dat hij deze week erg lekker gegeten had en hij (die erg graag vlees eet) heeft het vlees niet gemist.

Helemaal vegetarisch is geen optie hier in het gezin, maar minder vlees kan duidelijk wel.

Hoe voel ik me?
Goed!  Ik ben blij dat ik de stap (op de weegschaal) heb gezet.
Ik heb lekker gegeten, veel informatie over gezonde voeding gekregen:
Van ‘let op met kokosbloemsuiker, want dat  bevat wel evenveel calorieën dan gewone suiker’ tot ‘schrijf op welke emoties er voor zorgen dat je in de kast gaat graaien’.
Ik kreeg ook veel steun van mensen rondom mij en ook van jullie lezers kreeg ik goede moed en tips.
Van blogs tot boeken, van fitbit verhalen, tot ‘ook ik ben een jojo’.

Bij deze dus ‘dankjewel allemaal’ – echt waar!

Mama, ik lijk steeds meer op jou – mini versie van mij

Mama, ik lijk steeds meer op jou – mini versie van mij

Het is soms zo grappig en soms zo confronterend als je karaktertrekken, woordjes die je vaak zelf gebruikt en manieren van doen bij je kindjes ziet terugkomen.

mama, ik lijk steeds meer op jou

Warre is op zoveel vlakken gewoon Warre.  Een eigen persoontje, dat eerder introvert is in zijn spelen.
Hij is erg creatief in het combineren van speelgoed.  Met Lego bouwt hij iets voor de auto’s of met een springtouw maakt hij een brandweerauto van de salontafel.
Hij heeft veel interesse in robots, techniek in het algemeen en de ruimte (Ja, een Star Wars fan vanaf de eerste minuut dat hij er kennis mee maakte.)
Hij kan uren met één ding spelen zonder uit concentratie te geraken.
Hij is erg gevoelig en empathisch, zorgzaam en kan op zijn manier koppig zijn (als hij weet dat hij gelijk heeft – daar komt dan een beetje papa naar boven 😉 )

Maar in sommige dingen herken ik mezelf.
Hij kan honderduit vertellen, net zoals ik.
En deze voorbije kerstvakantie kwam er nog iets ander naar boven.  Frustratie als iets niet lukt.
Ik heb dat ook héél erg.  Ik kan dan zo boos worden, zo gefrustreerd.  Ik herinner me nog een blokfluit die door mijn kamer vloog omdat het maar niet wilde lukken.
En Warre heeft dat dus ook, oh wat was hij boos.
Ik moest er mee lachen, niet om hem uit te lachen, maar omdat ik zo hard mezelf herkende in zijn boze gezichtje, zijn handelingen en woordkeuze als iets niet wil lukken…
Hij vond dat niet zo leuk en ik heb dan maar mijn uiterste best gedaan om mijn gezicht terug in de plooi te trekken.

Inthe is op zoveel vlakken gewoon Inthe.  Een eigen persoontje, vreselijk koppig op sommige momenten.
Ik zie mensen die me persoonlijk kennen denken: “Ah, dat heeft ze van de mama.”
Voor een stuk is dat waar, ik kan koppig zijn, maar Inthe, dat is toch echt een apart geval.  Mijn moeder zei eens: “Zo een koppige heb ik nog nooit gezien!”
En dat in een familie met toch wel enkele keikoppen. 😉
Ze is ook erg zorgzaam en lief voor andere kindjes, een poppenmie.
Ze is ook een ‘meisje, meisje’.  Jurkjes, glitter en roze, rokjes en schmink, kammen, prinsesjes…
Dat heb ik vroeger nooit zo erg gehad.

Maar in sommige dingen herken ik mezelf.
Inthe zit het liefst aan de tekentafel.  Stiften, kleurtjes, scharen, stickers en glitters, ze kan er uren mee bezig zijn.  Helemaal de creatieve mama.

En blijkbaar ook uiterlijk lijkt Inthe op mij.  Ik zie het soms, bij oude foto’s van mezelf als kind.
Maar de voorbije feestdagen, heb ik van verschillende familieleden, die we niet zo vaak zien, moeten horen dat ze echt een evenbeeld is van de mama…
Een erg smalle versie dan, maar ook ik kon als kind geen broeken vinden die niet van mijn gat zakte… dus ja, misschien zit er wel iets in.

Bij Leni is de ontdekking van haar persoontje met haar 18 maand net begonnen.

Diertjes (vooral aapjes), poppen en Bumba dragen haar voorkeur op het moment.
Ze is ook een ‘meisje, meisje’ dat is al duidelijk.  Hoe ze met haar handjes op haar feestjurkje sloeg om de aandacht er even op te vestigen.
Hoe ze in de schoenenwinkel vorige week alles wilde passen.
Ze weet ook erg goed wat ze wil en ik herken er wel wat koppigheid in, maar niet zo erg als bij Inthe (voorlopig, ze is dan ook nog geen 2. 😉 )

12400828_10208168893604545_1120665396110025052_n

Maar ik hoor Leni woordjes zeggen die ik ook vaak gebruik:

“Zo seh” – als ik bijvoorbeeld water in haar drinkbeker heb gedaan en voor haar neer zet.

Ik zag gisteren Leni met haar nieuwe schoentjes op de grond zitten en “Allez” zeggen, omdat ze de dingen niet  aankreeg.
Zo grappig, want ik was me niet bewust dat ik dat woord zo vaak gebruikte en nu hoor ik het mezelf constant zeggen.
Ik zei het zelf ook gisteren, toen ik Inthe hielp met haar nieuwe schoentjes, die nog niet zo goed meewerken bij het aandoen, net omdat ze nog ze nieuw zijn.

Kleine wezentjes, zo zichzelf, toch soms zo’n kopie van wat wij als ouders doen en zeggen.
Confronterend, maar ook bewustmakend dat wij nog steeds hun grote voorbeeld blijven.
Hoe wij reageren op, bijvoorbeeld, zorg dragen voor het milieu of hoe wij reageren naar mensen van vreemde origine.
Het heeft nu al zoveel invloed op hen….

“OHHHH, MAMA, hier heeft iemand een blikje op de grond gegooid!  Dat mag niet, dat maakt het bos vies eh, mama!”
Stiekem zeggen ze hiermee: Mama, ik lijk steeds meer op jou

Herkennen jullie ook karaktereigenschappen of woordgebruik van jezelf bij je kinderen?

Een stroopwafel als kratje bier.

Een stroopwafel als kratje bier.

De vieze geur in de koffer

Toen manlief terug kwam met zijn koffer uit China een paar weken geleden stonk hij.
Naar fabriek, naar petroleum, naar ‘De Chinees’, naar veel te lang in dezelfde kleding moeten lopen omdat hij veel langer dan oorspronkelijk de bedoeling was had moeten blijven.
BAH

Toen de eerste lading was uit de machine haalde om te drogen, trok ik meteen een vies gezicht, de geur was er helemaaaaaaaaaaal niet uit.
Nog steeds rook alles naar petroleum (of was dat die befaamde smog-geur – geen idee), dus ik duwde alles gewoon terug in de machine om nog maar een keer te laten draaien.
Alle was van hem heb ik twee keer moeten doen om er de vieze geur uit te krijgen.  Lekker ecologisch en economisch en zo 🙁

Omkoperij met een stroopwafel?

Ondertussen staat vast dat hij maandag terug moet voor een dag of tien. (zeven dagen effectief werken, de rest is reistijd en jetlag tijd)
Ik ben alvast begonnen om de koffer te maken.
Het begin is er: een koffer vol met stroopwafeltjes. (Toevallig in ‘Bonus’ in de AH deze week 🙂 )
Want blijkbaar zijn de Chinezen gek op stroopwafeltjes en kennen ze dat daar niet.
Stroopwafeltjes kunnen dus dienen om de ene of de andere daar wat beter gezind te maken, zoals je hier in België een kratje bier geeft, geef je daar een stroopwafel.

En laat dat nu net veel beter in een reiskoffertje passen dan een kratje bier. 😀

stroopwafel

Mijn zwakte…

Mijn zwakte…

Ik heb het er al eens over gehad, mijn zwakte, mijn verslaving, mijn eeuwige strijd…

Wat ik mijn kinderen weiger te geven of toch, met mate, kan ik zelf met hopen verslinden.
Ik ben een suikerverslaafde (emo-eter.)

Wat zie je er goed uit.
Telkens na de bevallingen van de drie kindjes woog ik al minder dan voor dat ik zwanger was geraakt.
Ik ben bij alle drie tot 13 weken super ziek geweest. (Lees elke avond was mijn beste vriend het toilet, wie dat ooit ochtendmisselijkheid heeft genoemd is mij een raadsel)
Met als gevolg dat ik in principe afgevallen was telkens ik bevallen was.
Daar kwam dan nog bij dat ik bij elk van de drie borstvoeding heb gegeven en dus aten mijn kindjes me op. 😉
De kilo’s vlogen er af en bij Leni ging ik na zes maand, toen zij ook aan haar vaste voeding begon, wat extra letten op ‘het gezondere voedingspatroon’.

Ik kreeg complimentjes: “Wat zie je er goed uit” – tof – bedoeld als compliment, maar wilde je nu zeggen dat ik vroeger er niet goed uitzag dan? 😉

De dip
De dip die volgde in juli en daar blogde ik toen al over in de post ‘Ik ben Ilse en ik heb een suikerverslaving

En hoe ik mezelf ook tegen mijn gat heb geschopt, ik kreeg het niet terug onder controle.
Misschien dat ik wat bang was om terug te starten met lesgeven in september na  zolang thuis te zijn geweest?
Ik weet niet goed waar het juist zat, maar ik zakte weg.
En toen ging de batterij van mijn weegschaal stuk.
En ik had niet de moed om er een nieuwe in te steken.

Uitstelgedrag
En dan begon ik te merken dat de kleding te strak werd, daar werd ik dan droevig van en ik greep weer naar de chocolade.
Op vakantie ga je toch niet ‘opletten’, dat bederft de pret.  December komt eraan, dan lukt het toch niet.
Manlief in China, dan kocht ik chocolade en cola en chips. (Emo-eter, weet je nog?)
Daar waren de excuses weer.

Boos op mezelf.
En toen werd ik boos op mezelf!  Ik, Ilse, het karaktermens.  Want dat vind ik iets erg positief aan mezelf.
Ik heb wel degelijk karakter.  Ik heb nooit een sigaret aangeraakt, want mijn beide ouders rookten veel vroeger en ik vond dat zoiets vies dus zou ik het zelf nooit doen…. Dat is toch karakter?
Ik kan héél goed voor zwakkere mensen opkomen, mijn mening geven.
Ik vind van mezelf dat ik een sterke persoonlijkheid heb. (Mensen die me persoonlijk kennen mogen me tegenspreken, ik ben wel benieuwd hoe anderen me zien…)
En DIT zou ik dan niet kunnen?
Iets wat ik voor mijn kinderen wel kan, kan ik niet voor mezelf? Dat is toch belachelijk!

Het begin
Hoewel ik weet dat dit het meest cliché voornemen is van het nieuwe jaar, doe ik het toch: IK WIL GEZONDER LEVEN.
Dat is mijn voornemen voor 2016, geen uitstel, geen excuses!
De nieuwe batterij voor de weegschaal werd gekocht en erin gestoken.
Met een grote zucht ben ik erop gaan staan, om dan natuurlijk eerst heel ongelukkig te worden, maar daarna gewoon nog meer vastberaden.
Het zal nu nog moeilijker zijn, want er is geen borstvoeding baby meer die mama op gaat eten.
Nu is het echt helemaal aan mij!

Baby-steps.
Ik heb gekozen om niet echt een dieet te gaan doen, maar gewoon gezonder te gaan eten.
Geen cold turkey – ik wil geen jojo effect ik wil gewoon mijn levensstijl aanpassen.

Voorlopig ben ik met een paar kleine dingen begonnen:
1) Frisdrank is vervangen door water – ook geen cola-light gedoe, gewoon water.
2) ‘ s morgens is dat lauw water met citroen, om de spijsvertering te vertragen.
3) Groenten en fruit worden meer op het menu gezet, tussendoortjes zijn fruit geworden.
4) Beleg op de boterham moet mager zijn en liefst geen vlees.
5) Vegetarische gerechten worden meer op het menu gezet.
6) Geraffineerde suikers worden zoveel mogelijk geweerd, alternatieven zoals honing en kokosbloemsuiker werden in de kast op de plaats van de suiker gezet.

zwakte

Daarbij wil ik nog meer gaan bewegen, ook daar ben ik al een week mee bezig.
Ik heb voorlopig de Wii Fit van onder het stof gehaald. (Klinkt dom, maar het geeft me de tijd om na te denken wat ik voor beweging kan en wil inplannen zonder het te laten liggen en er dan toch niet mee te beginnen.)
Het plan is sowieso nieuwe, degelijke loopschoenen halen en start to run terug op de smartphone zetten.
Ik wil ook een zwem moment plannen in de week.

Tips en supporters zijn welkom 😉

Wie is er nog (stiekem) begonnen met hetzelfde voornemen?
Wie heeft hetzelfde probleem?
Wie heeft er nog meer tips voor mij? (Ben ondertussen al een paar goede blogs op mijn leeslijst rijker, waarvoor dank!) 

Een reisfoto uit de oude doos – 1

Een reisfoto uit de oude doos – 1

oude doosIk ga het proberen, de reisfotochallenge van de blog van Thomas Pannenkoek waar ik vandaag per ongeluk op terecht kwam.
Of ik aan 52 (weken) ga geraken?  Dat lijkt me nogal veel reizen 😉
Maar uitstapjes mogen ook, dus we proberen.

Dit is de eerste:

Gegevens:
Genomen in: 1986
Door: mijn schoonbroer
Plaats: Meli-park De Panne.

 

 

In de zomer van 1986 was ik als vijfjarige mee met mijn zus en schoonbroer op vakantie aan de kust, meer bepaald De Panne.
Sowieso als ik op reis was als kind, was ik altijd met mijn zus en schoonbroer mee, want mijn ouders zijn geen reismensen.  Ze zitten het liefst in ‘Rondhethuisegem’.
Gelukkig voor mij zijn mijn zestien jaar oudere zus en schoonbroer wel mensen die van reizen kunnen genieten en mocht ik met hen mee, want anders was ik als kind op niet veel plaatsen geweest, denk ik zo.

Deze foto is genomen in Meli-Park. Ja weet je nog?  Meli-Park?
Nu is het een Plopsaland geworden, er vliegt nog steeds een bij, maar ze heet Maya.
In Plopsa staat er nog een klein aandenken aan het vroegere Meli-park.

Ik ben hier in über vakantie outfit – Jani zou een beroerte krijgen, denk ik.
Of kan het als vijfjarige wel om in een blauwe jogging rond te lopen met witte sokken in roze sandalen?
Misschien was ik in 1986 wel gewoon hip?

Ik sta daar gewoon aan het oor van Liegebeest te trekken! Ja, weet je nog? Liegebeest?

Super liege-liege-liegebeest?

Waar is den tijd? Dertig jaar geleden!

Wie had gedacht dat ik door aan een foto challenge mee te doen zo nostalgisch zou beginnen doen?

Misschien toch echt wel mijn best doen om dit 52 weken te doen 🙂

Zin om mee te doen?  Meer informatie vind je op de blog van Thomas Pannenkoek via de link hierboven.

Trouwens nog iemand die vind dat mijn dochter hier op mij lijkt?